Op crisismomenten moeten leiders over de vaardigheid beschikken om handig, empathisch, en toch nog enigszins principieel te opereren, betogen Beatrice de Graaf en Rik Peels.
Voor demissionair minister van Buitenlandse Zaken David van Weel betekende dat dat hij donderdag tijdens het Kamerdebat ‘op basis van de informatie die hij had’ nog ‘niet tot een definitief oordeel kon komen’ over het optreden van de VS in Venezuela. Maar dat is dus precies wat onderzoek naar crisisbesluitvorming ons leert: je kunt niet wachten tot je alle informatie hebt. Er moet gehandeld worden, want er staan cruciale belangen op het spel, die het systeem als zodanig aan het wankelen brengen. Zo luidt de definitie van crisis die in Nederland in de wet geformuleerd is.
Dat is bij een crisis in de geopolitiek zo mogelijk nog nijpender. Want dan heb je aan de ene kant nog minder controle over de informatiestromen: hoe kunnen wij in hemelsnaam verifiëren dat Venezuela inderdaad een acute dreiging voor de VS belichaamde, en dat vanwege de narcoterreur Washington wel móest ingrijpen? Aan de andere kant is een land als Nederland met het Caribisch gebied als kwetsbaarheid nog meer speelbal van dit soort gebeurtenissen in de internationale betrekkingen.